Inloophuis Oud-West – een veilige haven

Dak- en thuislozen op zoek naar geborgenheid, gemoedsrust en gemeenschapszin

De sfeer in inloophuis Oud-West, onderdeel van welzijnsorganisatie De Regenboog Groep, is gemoedelijk. Dak- en thuislozen komen bij van een lange nacht op straat, kletsen wat met elkaar, maken geintjes en ontspannen. Er heerst rust en stilte. Het voelt als een grote huiskamer. Velen kennen elkaar en helpen mee het inloophuis draaiende te houden. Een van de vaste gasten: ‘ik ben hier al 40 jaar vrijwilliger’.

De daklozen halen hier een warme maaltijd, koffie en thee op. Het is 10 uur s ’ochtends en de pasta bolognese is al gretig in trek. ‘Het geheim van de chef? Blijven roeren en ouwehoeren’, zegt Saïd, een jolige meewerkende dakloze vrijwilliger.

Onder toeziend oog van dagcoördinator Marinda de Bie, van de Regenboog Groep, is het inloophuis zeven dagen per week geopend van 8.30 tot 14.30, 365 dagen per jaar. ‘Er zijn zeven inloophuizen in Amsterdam, deze mensen slapen buiten. Hier kunnen ze douchen en kleding ruilen’. Samen met twee anderen ziet zij toe op een goede sfeer en het volgen van de huisregels: roken moet buiten. Ze betreurt het dat door de corona maatregelen ze minder mensen mogen ontvangen dan eerst, nu maximaal 30 en eerst zo’n 150.

Vandaag helpen vrijwilligers van Serve the City mee, zij maken 1 x per maand, overheerlijke pannenkoeken met spek, met kaas of naturel. De pannenkoeken zijn een succes: ‘als we de pannenkoeken uitserveren zwermt iedereen er omheen’, zegt Alp Arslan Eren, een jonge man, uit Turkije. Samen met andere vrijwilligers helpt hij vandaag mee en coördineert de actie. ‘Eigenlijk konden de daklozen zich ook laten knippen maar de kapper is er niet vanwege het coronavirus. Jammer want door het knippen legde de kapper, een man uit Finland, makkelijk een persoonlijke connectie.’

De daklozen spreken veelal Nederlands, een taal die Alp zelf niet goed machtig is. Desondanks voelt het goed voor hem om te helpen. ‘Toen ik opgroeide wilde ik de wereld redden, net zoals dat Mario de prinses wil redden. Tegelijkertijd weet je dat je niet alle problemen kan oplossen. Iemand als Trump kan de effecten van een miljoen mensen zoals ik teniet doen maar ik ben pragmatisch. Het alternatief is niks doen.’

Hoop als kernwaarde

Op zijn t-shirt van Serve the City staan zes kernwaarden: humility, courage, compassion, respect, hope en love. ‘Je kunt dit t-shirt kopen als je vrijwilliger wordt, ik vond het eerst een beetje cheesy, zo van ben ik in een cult, maar draag het nu altijd. Hoop is voor mij de belangrijkste waarde: het moment dat je de hoop verliest dan raak je de motivatie kwijt überhaupt iets te doen.’ Zijn boodschap aan daklozen: ‘er zijn nog steeds mensen die anderen willen helpen, je bent niet alleen.’

Jody Brink, een jonge Amsterdamse, is hier voor het eerst. Vrijwilligerswerk vindt ze heel leuk: ‘je ontmoet veel nieuwe mensen, komt op nieuwe plekken en leert over verschillende culturen.’ Ze begon drie jaar geleden als taalcoach voor vluchtelingenwerk met Mohammed uit Syrië en heeft ook geholpen in het bejaardentehuis met demente ouderen.

Respect is voor haar de belangrijkste kernwaarde van Serve the City: ‘Sommige mensen hebben het niet zo makkelijk, het is goed dat we daklozen behandelen als normale mensen hier en dat er geen verschillen zijn.’ Haar boodschap aan de rest van Nederland? ‘Iedereen zou iets goeds moeten doen voor de samenleving. Het is makkelijker dan je denkt maar soms moet je even over de drempel heen.’ Serve the City biedt haar de flexibiliteit op een laagdrempelige manier te helpen op momenten wanneer zij kan.

Koude uren

Jeroen, een serieuze magere Nederlandse man, komt al 3 jaar in het inloophuis. Hij is blij met het opvanghuis. Even rustig zitten en bij komen van het leven op de straat. Anders loopt hij gewoon rondjes op straat. Zojuist heeft hij 3 uur geslapen boven op een stoel: ‘ik slaap ‘s avonds niet want dat mag niet van de politie, daarom loop ik want als je loopt ben je niet illegaal. Het zwaarst is van 5 uur s’ochtends tot half9 s’ochtends: dat zijn de koude uren.’

Mr. Harboul, een parmantige verschijning, krullen, heldere oogopslag, komt binnengelopen met een soort tent en tas van het biermerk ‘Schultenbräu’. Hij komt hier al 20 jaar, staat geregistreerd op dit postadres en heeft er wekelijks gesprekken met zijn maatschappelijk werkster. Hij praat graag, kent iedereen en is duidelijk op zijn gemak. Het inloophuis vind hij fijn en gezellig. ‘Aandacht krijg ik altijd.’ Bang voor het coronavirus is hij niet: ‘corona, als het komt dan komt het, ga niet angstgevoelens krijgen, het neemt mijn leven niet over.’

Plotsklaps ontstaat er een klein opstootje. Een van de daklozen begint te morren: ’wat een lul is dat, wat een pannenkoek, je geeft hem nog de ruimte ook. Wat moet je met zo’n man. Hij moet zijn bek houden.’ Hij staat op en begint te schelden tegen Saïd, de vrijwillige dakloze kok,: ‘Said ik moet jou niet.’ Saïd staat verderop in de ruimte en laat hem begaan. Een van de medewerkers van de Regenboog Groep grijpt snel in: hij bedaart hem tot rust te komen en stuurt hem naar buiten. De man is vertrokken. ‘Gezellige boel’ roept een van de daklozen. ‘Alcohol’ roept een ander. Vervolgens daalt de rust weer over de groep heen. Nieuwe bezoekers druppelen binnen, kopjes koffie worden aangeboden en pannenkoeken met smaak gegeten.

*De namen Saïd en Jeroen zijn vanwege privacyredenen gefingeerd.

Artikel geschreven door : Philip Stein

By continuing to use the site, you agree to the use of cookies. more information

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close